Royal Mess


Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

We all get a little jealous sometimes (MERILYN)

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 1 van 1]

Merilyn de Bois was gewend alles te krijgen wat haar hartje begeerde. Haar ouders deden dat nu eenmaal: geven wat ze wilde. Ze waren trots op haar, want ze was mooi, slim en huwbaar, de drie perfecte eigenschappen van een dochter van adel.
Ze wist dat haar ouders niet zonder haar konden, en wist daarom ook dat ze alles zou krijgen wat haar hartje begeerde. Zo wist ze dat ze nooit een gebrek zou hebben aan jurken, sieraden of dure voorwerpen. Merilyn wist dat haar ouders er alles aan zouden doen het haar naar haar zin te maken. Ze was het lievelingetje. Hoewel Flynn de erfgenaam was, wist Merilyn dat hun ouders het liefste alles aan haar na zouden laten. Flynn was niet geboren voor rijkdom, macht. Zij was dat wel.
Dat was ook waarom ze zoveel vertrouwen stelde in haar ouders wat het uitzoeken van een geschikte partner betrof. Haar ouders hadden het beste met haar voor, en zouden daarom ook alleen het beste voor haar uitzoeken. ‘Nothing but the best,’ zei haar vader altijd.
Dus was er maar één optie. Ze was er zeker van.
Ze zou trouwen met haar achterneef Alexander de Bois.
Daar was ze sinds ze een jong meisje was al heilig van overtuigd. Het was haar nooit met die woorden beloofd, maar ze was er zeker van. Ze had het geconcludeerd uit haar ouders' uitspraken. Toen ze als kind aan haar moeder vroeg wat zij dacht dat Merilyn later zou worden, zei haar moeder: 'Why, queen of course.' Het werd een standaard bijnaam, 'My little queen', en toen Merilyn ouder werd en zich af begon te vragen hoe ze koningin zou gaan worden, kwam ze uit op de meest logische verklaring: ze zou met Alexander gaan trouwen.
En dus had ze van jongsafaan al voorbereidingen getroffen. Ze had bedacht hoe hun kinderen zouden heten, ze had bedacht wat ze aan zou willen op de bruiloft, ze had bedacht hoe hun slaapkamer ingericht zou zijn. Ze wilde al die tijd dat ze oud genoeg was, zodat ze koningin kon worden. Ze wilde het. En als ze iets wilde kreeg ze het ook. Zo ging het nu eenmaal. Alexander hoorde bij haar, hij zou van haar houden en haar echtgenoot zijn en ze zouden kinderen krijgen en zij zou koningin worden.
Wat was het leven toch perfect.

Merilyn werd geen koningin.
Alexander ging trouwen met Elizan de Desirae.
Ze zinderde van woede. Merilyn kon niet geloven dat ze zo verraden was door haar eigen familie. Hoe durfden ze? Hoe konden ze haar in de steek laten?
Met een kloppend hard en trillende handen beende ze door het paleis. Ze had geschreeuwd tegen haar ouders, tegen Flynn, tegen bedienden, maar niemand had een verklaring waarom niet zij, maar die roodharige hoer de nieuwe koningin werd. Ze had haar gezien, het onnozele wicht. Wie was ze? Waar kwam ze vandaan? Waarom koos koning William voor haar en niet voor Merilyn? Zij was rijk, ze was mooi, ze was van een goede familie, zíjn familie. Zij was veel geschikter voor zijn zoon. Wat dacht hij wel niet? Dat hij haar zomaar opzij kon schuiven? Haar hele toekomst was aan diggelen gevallen. Alles zou verpest zijn als de bruiloft doorging. Waarom zagen ze niet in dat Merilyn de perfecte vrouw zou zijn?
Natuurlijk maakte het voor Alexander niet uit of hij binnen zijn bloedlijn trouwde. Zijn naam behield hij toch wel. Voor haar was het anders. Zij wilde een De Bois blijven. Haar leven hing af van haar toekomstige echtgenoot. Ze kon niet zomaar met de eerste beste rijke man trouwen. Daar was ze te goed voor. Ze verdiende toch het beste van het beste?
Was die Elizan de Desirae er nou maar niet. Misschien dat ze dan zouden inzien dat Merilyn de perfecte keuze was. Kon ze Elizan maar laten verdwijnen...
Dat kon ze. Haar hart ging sneller kloppen. Er was een manier... Het idee bezorgde haar angst en maakte haar opgewonden tegelijk. Ze was bijna te bang om het risico te nemen, maar als het zou lukken, als ze Elizan zou kunnen laten verdwijnen, dan zouden ze een ander moeten zoeken. Als Elizan dan weg zou zijn, zou zij misschien met Alexander kunnen trouwen. Ja, ze moest dit doen. Het was niet goed, wat ze zou moeten ondernemen, maar ze moest het er voor over hebben. Offers brengen om te bereiken wat ze wilde. Het was allemaal voor een belangrijk, hoger doel.
Ze moest het slim spelen. Elizan moest... ‘verdwijnen’ vlak voor de bruiloft, zodat alles al geregeld was en de koning in korte tijd een nieuwe echtgenote voor zijn dochter moest zoeken. En dan zou hij geen tijd hebben om naar andere landen of provincies af te reizen. Hij zou dichterbij moeten zoeken en dan zou hij erachter komen dat het antwoord voor zijn neus te vinden was.
Ze moest gewoon bij hem in een goed blaadje komen te staan. Ook bij Alexander, ja, maar vooral bij zijn vader.
Het plan vormde zich in haar hoofd. Ze kalmeerde. Het kon nog opgelost worden. Haar lippen, die eerst boos op elkaar geperst waren, vormden nu een zelfingenomen glimlach.
Ze liep naar haar garderobe en vond wat ze nodig had. Ze moest zorgen dat ze met de juiste mensen in contact kwam, dan zou het allemaal goed komen. Ze wist niet veel van de wereld buiten het paleis, maar ze kende wel mensen die zo hun verbanden hadden. En het moest spoedig gebeuren, want anders was ze misschien te laat.
Met de donkere cape om haar schouders liep ze de gang uit.

*dramatische muziek* *aftiteling* TO BE CONTINUED



Laatst aangepast door Merilyn op vr jan 15, 2016 10:08 pm; in totaal 1 keer bewerkt

Profiel bekijken
De geur van de stad was smerig. Het was de geur van te veel mensen, te veel levens in een te klein oppervlak. Merilyn kende de geur, want dit was heus niet de eerste keer dat ze buiten het paleis kwam, maar ’s nachts, wanneer de stad pas echt wakker leek te worden, leek de geur erger te zijn dan anders.
Merilyn was de paleistuinen gewend, de brede paden, de rustige omgeving. Ze kwam niet graag onder het volk. Nooit, eigenlijk. Ze had een hekel aan het barbaarse, en de stad was door en door barbaars. Zeker nu de zon ondergegaan was. Overdag wemelde het van de kooplieden. ’s Nachts wemelde het van leven.
Niet Merilyns definitie van leven – want voor haar hield leven luxe en rijkdom in – maar een ander woord dan ‘leven’ schoot haar niet te binnen. De stad bruiste wanneer je in de smalle straatjes met kroegen en duistere tentjes kwam. Van een afstand leek de stad te rusten, maar pas als je je tot het hart binnendrong merkte je hoeveel er eigenlijk gaande was. Zoveel mensen.
Merilyn wilde het niet toegeven, maar in tegenstelling tot haar broer was ze wat wereldvreemd. Ze kende niet veel mensen buiten haar familie, vriendinnen en paleisbedienden. Ze was niet zoals Flynn, niet iemand die vrijwillig de stad in ging of de wereld wilde verkennen. Ze hield van het paleis, haar veilige haven. Ze was geboren voor het adellijke leven. De donkere straten voelden fout op zoveel manieren.
En toch moest ze dit doorzetten, als ze haar adelleventje wilde behouden. Als ze haar doel wilde bereiken, kon ze nu niet omkeren, hoe bang ze ook was voor de duistere figuren die om de hoek konden staan wachten...
Iemand pakte haar bij haar arm en ze slaakte een gilletje van schrik. Een oud, verschrompeld vrouwtje hield haar hand op, bedelend om geld. Verafschuwend duwde Merilyn haar hand weg.
Aan de andere kant van het pad staarde een man naar haar. ‘Looking for something, love?’ vroeg hij, met een grijns op zijn gezicht. Merilyn boog haar hoofd en begon sneller te lopen.
Wat was ze stom geweest! Impulsief. Ze kon dit helemaal niet. Ze wist niet eens waar ze heen moest, had alleen wat namen gehoord van Keira, die altijd meer wist over... de mensen die ze zocht, en meer niet. Ze zou ontvoerd worden. Gestoken met een mes. Doodgaan, hier op de vieze kille straatstenen en haar ouders zouden haar nooit terugvinden omdat er een heks zou komen die haar lichaam zou willen verkopen aan een sekte.
(Merilyn had vaak enge verhalen van Flynn aangehoord.)
Net toen ze zich wilde omdraaien en heel, heel hard wilde wegrennen van alles en iedereen op deze verschrikkelijke plaats, zag ze in de verte een bord dat haar aandacht trok. Het was een houten bord, zo eentje die bij ongeveer iedere winkel hing, maar deze viel haar op omdat hij donkerrood was. Ze herinnerde zich Keira’s woorden. ‘The Headless Knight. It has a red sign. I never go there. The rumors say it’s a place where the darkest people are used to go to.’
Een koude rilling liep langs haar ruggengraat. Maar ze mocht niet bang zijn. Ze was niet bang. Ze was niet bang, niet bang, niet bang.
Dat was een grote leugen.
Merilyn was doodsbang. Ze kon wel huilen. Ze trok haar cape ver over haar hoofd en beet haar kiezen op elkaar terwijl ze de deur openduwde. Hij kraakte en piepte en ze wist zeker dat iedereen op zou kijken om te zien wie er binnen kwam.
Maar dat was niet echt wat er gebeurde. Iedereen binnen leek bezig te zijn met zichzelf of hun gesprekspartner. Hier en daar zaten wat mensen te kaarten met een heleboel geld. Sommigen zaten alleen en tuurden voor zich uit. Sommigen hadden duidelijk ruzie. Sommigen wisselden – waarschijnlijk illegale – goederen aan elkaar uit onder hun jas. Maar de sfeer deed haar rillen.
Ze wist niet waar ze moest beginnen. Voelde de tranen van paniek al in haar ogen opwellen. Wat moest ze doen? Wie kon ze aanspreken zonder dat ze vermoord werd? Als de wereld echt zo slecht was als ze altijd hoorde, was het een wonder dat ze nu nog leefde.
Misschien moest ze het positief bekijken. Ze leefde nog op dit punt. Wat kon er verder nog misgaan?
Aarzelend liep ze naar de bar en ging ze zitten, naar beneden turend. De man achter de bar keek niet op of om. Hij miste twee vingers.
Ze verstijfde toen ze naast zich een ritseling hoorde en draaide zich iets te snel om.
Er zat een figuur naast haar. Hij was klein, droeg zwarte, verhullende kleding en een wijde capuchon waardoor er niets van zijn gezicht te zien was. Zijn handen waren gehuld in lederen handschoenen en daarin hield de persoon een stuk perkament. Hoewel ze zijn ogen niet kon zien, had ze het gevoel dat hij naar haar keek.
Ze wilde haar mond openen, maar de vreemdeling was haar voor en stak het perkament naar haar uit. Met trillende handen opende ze het. Ze huiverde bij het lezen van de tekst.

MERILYN DE BOIS, THE BROTHERHOOD HAS HEARD YOUR CALL.

lmao het is zo random allemaal MAAR GOED
EN SORRY DAT IK MISBRUIK MAAK VAN KEIRA



Laatst aangepast door Merilyn op vr jan 15, 2016 10:07 pm; in totaal 1 keer bewerkt

Profiel bekijken
Hoe wist deze persoon wie zij was? Kende hij haar? Maar hoe wist hij dan dat ze op zoek was naar de Brotherhood? Merilyn had vaak geruchten gehoord over dat de Brotherhood duistere magie gebruikte. Magische voorwerpen, geheime offeringen, bezweringen... Ze geloofde best dat dat echt kon bestaan. De Brotherhood werd niet voor niets ook wel de Dark Brotherhood genoemd. Het idee dat ze zwarte magie beheersten, maakte haar nog angstiger dan ze al was.
Maar ze kon niet meer terug.
‘Do you know me?’ vroeg ze, terwijl ze met bibberende handen het papier verkreukelde. De vreemdeling zei niets. ‘I-I need your help,’ vervolgde ze haar zin.
De figuur stond op en gaf een licht knikte met zijn hoofd, voordat hij in de richting van de deur achterin de ruimte liep. Merilyn volgde hem, want dat leek de bedoeling te zijn geweest, niet helemaal zeker over wat komen ging.
De vreemdeling leidde haar de krakende trap op, en vervolgens nog een, om uit te komen in het achterste kamertje van de zolder. Het was er muf en donker, het enige licht kwam van een kaars op de stoffige tafel. Achter de tafel zat een man. Degene die haar naar boven had geleid, fluisterde iets in zijn oor.
‘Merilyn De Bois.’ Hoewel hij een zware stem had, klonk de man enigszins hol toen hij begon te praten. ‘What brings you to the Brotherhood?’
Haar eigen stem klonk hoor en schril. ‘I-I don’t- I am- There’s someone I’d like to see… d-disappear.’ Ze struikelde over het laatste woord.
‘We do not sugarcoat our actions. Do you mean to kill this person or not?’
Haar adem stokte en ze moest haar handen tot vuisten knijpen om niet opvallend te trillen. ‘I do, sir.’
‘Then tell me who this person is,’ zei de man. Merilyn merkte dat zijn linkerhand voordurend op zijn stoelleuning tikte, alsof hij ongeduldig of nerveus was. Het eerste, waarschijnlijk. ‘Give me a name.’
‘Elizan De Desirae.’
Er viel een stilte. De man draaide zijn hoofd een beetje naar rechts, waar de andere persoon stond. Die boog zich naar voren en fluisterde iets in zijn oor. Merilyn kon het niet verstaan.
‘Does the lady realize that her target is the future queen of Athea? We do not take such big requests unless you have a lot to offer.’
‘I have a lot to offer,’ zei Merilyn. ‘I’m rich. I can give you as many gold as you want.’
‘Any man can pay us with money. We are not interested in your gold.’
‘Please, sir. Say what you need and I’ll give it to you.’
De man zweeg. De stilte was lang, kil en Merilyns nervositeit steeg met elke seconde. Toen boog de kleine figuur naast de man weer naar zijn oor, en fluisterde opnieuw.
De man herhaalde wat hij gehoord had.
Merilyn schudde haar hoofd. ‘But I don’t know how-’
‘Can you do it or not?’
‘I-I think I can do it,’ stamelde ze.
De man zweeg weer. ‘Good,’ zei hij toen. ‘Let’s get down to the details.’

Profiel bekijken

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum