Royal Mess


Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Not always a force of nature

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down  Bericht [Pagina 1 van 1]

1 Not always a force of nature op vr sep 23, 2016 5:54 pm

Ze had altijd geloofd dat ze nooit een hart had gehad. Ze kende niet anders dan dat ze gemaakt was om te doden. En dat deed ze ook altijd. Maar ze was niet gemaakt om onder mensen te leven. Ze was altijd van haarzelf, geloofde in dingen hoger dan diegene die haar leidde. Ze trok haar eigen pad en niemand kon haar tegen houden. Diegene die het geprobeerd hadden konden het niet na vertellen.

Maar waarom twijfelde ze dan? Ze had nooit getwijfeld. Nog nooit. Ze genoot van de laatste blikken in de ogen van haar slachtoffers. Haar hart ging sneller kloppen, ze voelde zich levend. Dat was normaal het enige moment dat ze wist dat ze leefde. Anders, was ze leeg. Een lichaam welke zocht naar zijn volgende injectie van adrenaline.

Ze was nooit afhankelijk. Het kon niet. Ze weigerde te luisteren naar de naam welke als een mantra in haar hoofd werd gezegd. Eric, eric, eric . Waarom deed haar lichaam zo? Ze was boven alles en iedereen. Ze was een kracht welke niet op deze aarde bestond. Het was dat ze ademde, at en dronk. Anders had ze niet eens geloofd dat ze menselijk was.

Ze pakte de muur beet, ademde diep. Ze moest kalmeren. Ze was van slag door het twijfelen, daardoor ging haar lichaam en haar hart zich in rare bochten wringen. Bijna op automatische piloot liep ze de wegen die ze zo goed kende. Totdat haar bebloede en kapotte vingers de muren aanraakte welke ze normaal klom. Ze schrok, keek op. Nee. Ze ging niet toegeven.

Haar beide handen duwden tegen de muur aan alsof ze het huis om kon gooien. Haar zwarte kap was over haar blonde krullen getrokken, niemand kon haar aankijken. Desondanks viel ze teveel op. Ze wist dat ze aandacht trok. Het was de lucht om haar heen. Het liet mensen rennen zo gauw ze bij hun in de buurt kwamen. Ze trokken hun kinderen hun huis in als ze langs liep, deuren op slot. Ze was de wandelende werkelijkheid van de dood.

Maar als ze dat was, waarom voelde ze zich nu zo levend? Terwijl ze een hand op de muur hield liep ze erlangs, richting de deur. Ze gebruikte nooit deuren. Dat was te menselijk. Maar nu kon ze niet anders dan hem langzaam openduwen. Het gekraak zorgde dat ze in elkaar kromp. Dit was Lapire niet. Dit was een belachelijke versie van haar, welke ze al lang geleden in de goot had gegooid, hopend dat ze dood zou gaan.

Nog nooit hadden haar benen zo zwaar gevoeld als toen ze de trap opliep. Iedere stap vroeg immense kracht van haar. Toen ze bovenaan was, kromp ze bijna in elkaar. Ze wilde niet dat hij haar zo zag. Maar wie was zij, om haar lichaam tegen te gaan? Het had iets nodig. En datgene was verstopt achter de deur.

Pas toen ze voor die deur stond, merkte ze het bloed welke langs haar zij naar beneden stroomde. Pas nu, voelde ze de pijn welke haar bijna verdoofde. Hij was haar enigste kans. Zonder hem, was ze niks meer. Ze begreep dat nu. Maar ze zou het nooit zeggen. Met haar laatste kracht klopte ze op de deur. Zijn naam verliet haar lippen, smekend. Haar handen probeerden het bloed tegen te houden, maar het enige wat ze voelde was de warmte, welke over haar vingers stroomde. Haar ogen vielen dicht, haar benen begaven het. Het laatste wat ze zich kon herinneren was dat ze opeens de vloer voelde, met haar eigen bloed in een plas om haar heen.

Profiel bekijken

2 Re: Not always a force of nature op vr sep 23, 2016 7:07 pm

Eric was er altijd heel, heel zeker van geweest dat hij een hart had. Want hij voelde het, elke keer weer, op de momenten dat de nacht een verraderlijke vriend bleek, op de momenten dat de duisternis waarin hij zichzelf constant wentelde hem teveel leek. Hij voelde zijn hart, op die momenten, hij voelde zijn aderen kloppen, het gebonk in zijn hoofd dat aangaf dat hij zo verschrikkelijk levend was. Aan zijn hart had hij nooit getwijfeld. Niet echt. Oh, er was heel veel waaraan hij getwijfeld had, ontzettend veel, meer dan hij ooit zou kunnen toegeven, maar niet aan zijn hart. Zijn hart was zijn kracht, op de één of andere manier. Hij had alleen maar zo veel slachtoffers kunnen maken onder de levenden omdat hij wist hoe het was om te leven. Hij had alleen maar zo veel harten in zijn handen kunnen vasthouden, zo veel laatste ademtochten kunnen aanschouwen omdat hij precies wist hoe hij zelf zou reageren als iemand op hem afkwam.

Met als enige verschil dat hij net dat tikje intelligenter was dan zij. Want hij had het verdomde verstand om te beseffen dat er een mogelijkheid was dat zijn leven op slechts twee tellen kon veranderen in een hel.

Zoals nu. Want hij hoorde geklop en zijn naam, gefluisterd bijna, een zwakke ademtocht die hij alleen maar zou toejuichen als hij de reden van de zwakte was, en hij sprong haast meteen recht. Er was maar één iemand die zijn huis binnen zou kunnen komen zonder dat hij dat wist en dat was Lapire, maar meestal zwaaide ze de deur zelf open. Lapire klopte niet. Had ze nooit gedaan ook. Ze beende overal binnen waar ze toevallig heen wilde en niemand legde haar ooit een strobreed in de weg – omdat niemand dat überhaupt kon. Als Lapire iets wilde, nam ze het en als ze iets niet wilde, verwoestte het. God, hij hield van haar, hij hield van haar wisselvalligheid, van haar glorie, haar grootsheid en haar ijzeren hart en hij dacht niet dat hij er ooit mee zou kunnen stoppen, al ontkende hij net zo lief dat haar naam überhaupt betekenis voor haar had.

Hij zwaaide de deur open en wilde zijn ogen niet geloven. Geen wonder dat ze zijn huis niet inpikte met haar gewoonlijke uitstraling, verdomme, want ze lag hier op zijn vloer dood te gaan. Nee. Ze ging niet dood. Hij had nauwelijks geneeskundige kennis, maar dat maakte niet uit. Hij dwong die klotegodinnen wel om hem bij te staan, hij dwong ze wel om de vrouw van wie hij hield te redden, al zou dat niet moeten, want iemand als Lapire ging niet dood, kon niet dood. Ze was een fucking natuurkracht en die gingen niet dood. Ze hielden zich stil, voor even, en kwamen dan weer langs om je hele nietige leven omver te gooien, verdomme, ze ging niet dood, ze ging niet dood, ze ging niet dood. Hij zou het godverdomme niet toelaten.
Maar fuck, wat moest hij überhaupt doen? God, hij moest dat klotehart van hem even uitzetten, dat moest hij doen. ‘Fucking hell, Lapire, what happened to you,’ mompelde hij, terwijl hij haar slappe lijf – hij had nooit gedacht dat hij ooit aan haar lichaam zou denken als “slap”, nóóit – optilde en het naar het bureau in zijn werkkamer droeg om het daar neer te leggen. Dus. Waar was de vervloekte reden dat zijn gekoesterde natuurkracht van een allesverwoestende wervelwind naar één of ander pietluttig briesje was gegaan?

De wond in haar zij was er, nu hij hem gevonden had, eentje van dertien in een dozijn. Dieper, dat wel, en een hoop bloedverlies, maar godverdomme, hij ging haar hier niet laten doodgaan. Gewoon niet. Als het betekende dat hij moest afdalen naar de verdomde onderwereld om haar eruit te halen, wel, dan deed hij dat maar. Ze ademde nog, haar hart klopte nog en hij wist niet zeker of ze nog bij bewustzijn was, maar op zich maakte dat niet al te veel uit. Ze leefde nog. Dat was alles wat ertoe deed, en hij ging er bij deze voor zorgen dat ze dat volhield, verdomme. Hij pakte het eerste het beste stuk textiel dat als tourniquet kon dienen, wond het tweemaal om haar middel in de hoop dat dat bloed van haar zijn plaats leerde kennen en ín haar lichaam bleef, precies waar het hoorde, in plaats van naar buiten te stromen. Bloed verdiende geen vrijheid.

‘You’re not allowed to die on me, not now, not here, hell, not ever. You’re going to get through this. I’ll do whatever the fuck needs to be done to get you through this. I just… need you stay with me, okay? Please just fucking stay with me.’ Het was geneuzel, dat wist hij ook wel, maar hij kreeg zichzelf niet zo ver dat hij het niet zei en ergens, ergens hoopte hij op één of andere reactie van haar, een kleinerende reactie, iets dat zei dat Lapire nergens heen ging, dat ze levend genoeg was om hem en zijn sentimentele liefde voor haar uit te lachen, iets dat zei dat ze godverdomme niet doodging, iets dat zei dat zijn halve paniek nergens op sloeg. Hij was alleen niet zeker dat hij dat ook effectief zou krijgen.

Profiel bekijken

3 Re: Not always a force of nature op vr sep 23, 2016 7:28 pm

Ze had stiekem gehoopt dat ze niks meer zou voelen. Maar juist op dit moment, van alle die uit te kiezen waren, voelde ze elk klein detail. Ze kreeg haar ogen niet open, maar ze voelde zijn handen op haar lichaam. Ze voelde hoe haar hart bijna harder begon te kloppen van hoop. Ze had willen reageren op zijn vage gemompel, maar haar lippen voelden te zwaar om ook maar iets van geluid te produceren.

Ze snapte het niet. Haar hersenen maakten overuren om uit te vogelen waarom ze hoopvol en blij was dat ze bij hem was. Ja, het was altijd duidelijk dat er iets was, maar het was altijd een manier van gemakkelijkheid geweest. Ze hadden vaak dezelfde doelen en ze had gewoon iemand nodig die een keer terugstootte. Ook al was dat bij haar vaak onmogelijk. Ze had nooit nagedacht over iemand anders. Ze vertrouwden elkaar en dat was moeilijk om te vinden in een ander persoon, helemaal in dit circuit. Maar betekende dat dan ook dat je voor zijn deur moest verschijnen als je de dood bijna aan kon raken?

Ze wist niet wat het betekende, ze wilde tegen alles en iedereen schreeuwen dat het niet waar kon zijn. Maar ze wist dat het haar dieper in de afgrond zou laten gaan. Ze moest iets voelen. Dan voelde ze dat ze nog leefde. Dus ze focuste op hem. Op zijn handelingen. Zijn ademhaling. Ze dwong haarzelf alles te volgen met haar gedachten, om te zorgen dat ze niet weg viel. Het was zo moeilijk, een zachte kreun kwam uit haar keel. Focus, Lapire, focus.

Zijn stem hielp haar, voor zover het kon. Het betekende dat haar oren nog werkte. Al wist ze niet echt wat voor nut dat zou hebben. Ze moest hem antwoorden. Ze wist niet waarom. Normaal zou ze hem uitlachen als hij de woorden sprak die hij nu zei. Maar nu, nu moest ze gewoon antwoorden. Haar tong voelde als schuurpapier, haar stem krakend. Het was zo moeilijk om haar lippen te openen. Maar ze zou niet opgeven. Nee, ze gaf nooit op. Ze focuste op haar rug die op iets hards lag. Ze moest gevoel krijgen in haar lichaam. Dan zou het lukken. “I…. I can’t really move like this.” Ze slikte. Ze walgde van haarzelf dat ze zich zo zwak voelde en ze hoorde het in haar stem. Maar ze moest niet stoppen. Ze wist hoe ze haarzelf kon redden. Ze had alleen de kracht niet om het zelf te doen. “…needle and thread. You, you need it.” Ze sloot haar mond. Het was te zwaar. Ze merkte dat de kracht dat ze had opgebouwd haar lichaam verliet. Maar het mocht niet te snel, dan was het voorbij. Dus ze ademde opnieuw. Met moeite bewogen haar rechtervingers licht omhoog. Een andere kreun. Ze hoopte dat hij haar had gehoord, het was haar enige kans. Al haalde ze enige vertrouwen uit het feit dat hij haar eerder niet had verlaten.

Ze snapte niet waarom dat idee ervoor zorgde dat ze alles weer wat beter voelde. Het idee dat hij hier was, of ze het redde of niet zorgde ervoor dat ze langer vast kon houden. De Lapire die ze zo lang had opgehouden was ver weg gedoken, het kostte te veel kracht. Maar ze had haarzelf beloofd dat ze het alleen nu kon toelaten. Later, later was ze weer diegene die ze altijd zou zijn.

Profiel bekijken

4 Re: Not always a force of nature op za sep 24, 2016 10:44 pm

Oké, ze kon niet bewegen. Moest dat iets betekenen? Ja, waarschijnlijk wel, in ieder geval wel voor iemand die er meer van kende dan hij, maar Eric kende hier allemaal geen bal van. Hij wist soort van dat wonden moesten stoppen met bloeden, dichtgemaakt moesten worden (al was hij dat misschien een heel, heel klein beetje uit het oog verloren) en niet geïnfecteerd mochten worden. En dat was het ongeveer. Nee, Lapire had een veel betere keuze kunnen maken op dit vlak; ze had best met haar laatste krachten naar een ander huis kunnen wankelen, naar een dokter of wat dan ook, in plaats van zijn trap op te gaan. Waarom had ze in vredesnaam niet gewoon op de deur geklopt? Hij had zijn deur kunnen opendoen, hij had haar prima naar binnen kunnen dragen, verdomme, hij had zoveel kunnen doen zodat ze haar krachten ietwat meer gespaard had. Zodat ze hem in ieder geval had kunnen uitlachen, al was het maar voor de illusie van business as usual. Zodat hij hier niet moet staan met enigszins beverige handen, bang om iemand kwijt te raken die hij de helft van de tijd met alle plezier in precies deze staat bracht. Nee. Wacht. Dat was bluf, pure, pure bluf en hij zou haar nooit zo dicht in de buurt van het randje hebben laten komen, want dat kon hij verdomme niet over zijn weke hart krijgen. Lapire misschien wel. Dat wist hij niet, eerlijk gezegd, en het kon hem sowieso niet al te veel schelen. Als ze hem dood had gewild, had hij dat allang gemerkt.

Naald en draad. Ah. Ja, die wond moest dicht, sowieso, maar eerst moest dat bloeden stoppen. Toch? Of niet? Geen idee, geen fucking idee en alleen al het idee dat hij niet wist hoe hij Lapire het best kon helpen zorgde ervoor dat hij iets wilde kapotmaken, hier en nu, maar hij had godverdomme de tijd niet om zijn paniekerige frustratie ergens op af te reageren en dat was sowieso nutteloos – ach, waren niet al zijn impulsen dat? – en hij moest zich op Lapire richten. Natuurlijk. Dat sprak voor zich, echt waar, en het was zo’n bullshit dat hij zijn gedachten niet uitschakelde en die klotewond van haar verbond.

Dus. Wond verbinden. Dat kon hij. Soort van. Eric had in ieder geval genoeg ervaring met naaien, met hoe je het meest efficiënt een gat kon dichten, hoe je naden aan elkaar hechtte – hé, zelfs hij had een hobby nodig die iets verder kwam dan zijn hond uitlaten en mensen vermoorden – maar meestal ging dat over textiel. Oh, er waren meer dan genoeg wonden geweest die hij had gedicht, echt, maar …die waren nooit dodelijk geweest. En dit zag er wel uit als iets dat dodelijk was en God, dat zou hem echt niet moeten uitmaken, maar hij wilde niet dat ze doodging. Simpel. Op zich. Hij zou het niet aankunnen als hij haar kwijtraakte, ook al wenste hij dat de helft van de tijd, ook al kon hij meestal nauwelijks met haar samenleven, ook al fluisterde zijn paranoia soms in zijn oor dat ze niet van hem hield, nooit gedaan had ook, tijdens de nachten dat ze naast hem lag te slapen, ook al had hij de wereld het meeste geweld aan gedaan naast haar zijde en zou dat niet iets positiefs moeten zijn.

‘I know,’ mompelde hij, ‘and I will.’ De energie opbrengen om duidelijk te praten was er even teveel aan, sorry. Hij duwde met zijn geïmproviseerde zwachtel tegen de wond, hopend dat dat bloed opdroogde, dat hij soort van wist wat hij moest doen. Maar fuck, hoe deed je dit soort dingen überhaupt? Als hij dit soort shit uitvoerde, was hij er meestal een beetje …nonchalant in, maar dat ging hij hier niet eens proberen. Dus. Hoe deed je dit ook alweer op de meest veilige manier? Eh. Hij moest die wond ontsmetten, in ieder geval het gedeelte er rond, en daarna moest hij de wond sluiten en daarna, tja, moest hij maar op het beste hopen. ‘I need to grab some supplies,’ zei hij tegen haar, al was hij niet helemaal zeker wat zij zelfs aan die informatie zou moeten hebben. ‘I’ll be right back, okay? Try not to die in the meantime. Please.’ En hij verliet de kamer, rende praktisch naar de kast waar de benodigde spullen zouden moeten liggen en ah, het kon niet lang geduurd hebben, die trip, maar het duurde alsnog als veel te lang geleden dat hij nog bij Lapire was geweest toen hij terugkwam.

Hij depte de wond, ontsmette zo goed en zo kwaad als hij kon met het beetje ontsmettingsalcohol dat hij had de huid rondom de wond en nam toen zijn naald en draad vast. Was die naald steriel? Die draad? Geen idee, geen enkel idee, geen fucking idee, maar hij hoopte het maar. ‘This is probably going to hurt,’ gaf hij toe. ‘Do you want a sedative? Because I might have something to lessen the pain, but I’d have to look for that and it might take a while, so… it’s your call. And if you just want a bottle of alcohol to get you through a needle piercing your skin several times, just say so. Also, don’t die while I do this.’ En hij begon eraan. Want hij kon naaien, echt, en dit was niet de eerste keer dat hij het op een mens deed, maar God, dit was wél de eerste keer dat hij zijn handen moest tegenhouden om te trillen terwijl hij dit deed, de eerste keer dat hij bang was dat hij het verkeerd zou doen, de eerste keer dat hij erbij stilstond hoeveel dingen verkeerd konden lopen, de eerste keer dat hij pas écht besefte dat hij geen chirurg was en dat ook nooit zou zijn – praktisch het tegenovergestelde – en het was ook de allereerste keer dat hij verschrikkelijk bang was dat hij niet genoeg zou zijn hiervoor, voor haar.

Profiel bekijken

5 Re: Not always a force of nature op zo sep 25, 2016 2:00 pm


Ze had genoeg verhalen gehoord over de laatste momenten die iemand meemaakte in zijn of haar leven. Ze had er zelfs genoeg gezien. De blik in iemands ogen, hoe de levendigheid langzaam wegebde als diegene besloot niet meer te vechten. Ze had het altijd als zwak gezien. Dat ze het opgaven, dat ze de aarde verlieten. Maar ze had het zelf nooit meegemaakt. Waarom zou ze? Ze was veel te sterk voor zulke simpele dingen. Ze stond bovenaan de menselijke piramide. Diegene die de dood volbracht, kon niet doodgaan. Toch? Dat had ze altijd gedacht. Maar nu ze hier zo lag, leek ze daar opeens niet meer zo zeker van. Het voelde té echt om aan die gedachte vast te houden. De harde realiteit dat ze na alles, toch menselijk was kwam op haar neer als een zware steen. Maar ze wilde niet opgeven. Als ze dit zou overleven zou ze zeggen dat ze niet op wilde geven voor haarzelf, maar op dit moment was ze zelfs daar niet zeker van. Maar er was een reden, dat alleen zijn stem en bewegingen ervoor zorgde dat ze bij bewustzijn bleef. Voor zover dat dan mogelijk was. Maar ze wist, dat ze door moest gaan voor hem. Ook al was het om de manier hoe hij reageerde.

Ze probeerde hem te helpen, echt waar. Probeerde haar hersenen te laten focussen op wat hij moest doen. Want ondanks dat ze hier op het randje van de afgrond lag wist ze heus wel dat Eric nooit de beste keus was geweest. Hoe vaak had ze hem niet geholpen omdat hij uitschoot met iets? Ze had altijd zelfvoorzienend willen zijn, dus kon ze ook haar eigen wonden helen. Alleen had ze nooit verwacht dat ze zover zou gaan dat ze het uiteindelijk niet meer kon. Het haalde haar gedachte van de pijn weg, dat wel. Want ze ging beter worden, ze moest alleen goed erbij blijven. En niet haar hersenen terug laten gaan naar het feit dat ze dit eigenlijk ook nog nooit eerder had gezien bij iemand anders. Want ze wist heus wel hoe alles moest. Echt waar.

Een klein sprankje hoop schoot door haar lichaam toen hij op haar reageerde. Hij had haar gehoord. Dat was in ieder geval iets. Nu hoopte ze maar dat hij wel wist hoe dit moest en dat ze lang genoeg bij bewustzijn kon blijven om überhaupt te overleven. Ze moest haar ogen open krijgen. Dat was de enige optie. Dan voelde ze zich meer levend en dan had ze iets meer zicht op wat er om haar heen gebeurde. Ze haalde diep adem, waarna ze probeerde haar ogen te openen. Een nieuwe kreun verliet haar lippen. Nee, ze moest niet opgeven. Ookal was dit het laatste dat ze zou doen ze zou die verdomde ogen openen.

Ze was geraakt met hoe zorgzaam Eric klonk, toen hij uiteindelijk aan die wond begon. Als dit de normale Lapire was had ze hem nu waarschijnlijk uitgelachen, of met haar ogen gerold en gezegd dat ze niet doodging van een naald en draad. Nu bestond er alleen maar twijfel. Haar ogen openkrijgen was op dit moment uit haar gedachten gehaald. Want het deed pijn. Het deed zo’n verdomde pijn. Ze dacht niet dat het ooit zoveel pijn had kunnen doen, helemaal niet na wat ze al had doorgemaakt. Alcohol. Dat had ze nodig. “Alcohol would be nice.” Uit een reflex greep haar hand zijn arm beet, met de kracht die ze nog had. Ze moest ergens in knijpen, al voelde hij het waarschijnlijk amper aangezien ze zijn arm amper voelde.




Een zucht verliet haar lichaam toen de pijn langzaam wegebde. Ze hoopte alleen maar dat het kwam omdat Eric eindelijk klaar was en niet omdat haar lichaam besloot dat het gevecht nu klaar was. Nee, dat kon niet. Ze was al zover gekomen, ze kon niet opgeven. Ze moest een teken van leven tonen. Haar ogen moesten open. Ze snapte niet waarom ze er zoveel waarde aan hechte. Waarschijnlijk leek de zwarte binnenkant van haar oogleden op de nabije dood. Iets wat ze hoe dan ook moest ontwijken. Ze verzamelde al haar kracht, waarna ze – waarschijnlijk teveel – moeite deed om haar ogen te openen. Deze keer kon ze licht zien, wat vaag was. Ze kon amper het plafond onderscheiden en de focus verdween steeds. Maar ze waren open. Nu volhouden. Zolang er niet teveel pijn was kon ze het volhouden. Haar ogen bleven focussen op het plafond. Ze probeerde een punt te zoeken, welke niet steeds wazig werd, alsof er een vuiltje in haar oog zat.

Ze was bang. Ze was bang dat het ze niet zou redden en dat ze hier langzaam aan het doodgaan was, bloedend, op Eric zijn bureau. Ze durfde het amper toe te geven, maar ze was zo bang. “Eric, I..I don’t wanna die.” Als ze dit overleefde moest ze hem waarschijnlijk laten zweren dat hij dit nooit aan iemand vertelde. Maar het voelde alsof er een last van haar schouders viel toen ze het eindelijk toegaf. Ze wist, dat hij er waarschijnlijk niks aan kon doen. Ze wilde gewoon dat hij bij haar bleef en haar begreep, voor zover dat nog kon. Ze probeerde hem te zoeken, hem in haar gezichtsveld te krijgen. Maar ze kon amper haar ogen open houden, laat staan haar hoofd bewegen. Maar ze moest hem zien of horen. Ze moest bevestiging krijgen dat het wel goed ging komen, dat ze niet bang hoefde te zijn. Dat ze het heus wel ging overleven, ook al wisten ze waarschijnlijk beiden dat die kans te klein was.

Profiel bekijken

Gesponsorde inhoud


Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum